De spelende organisatie
Mensen die mij al wat langer volgen, weten dat ik druk bezig ben met serious gaming: Op een spelende manier een serieus doel bereiken.
Voor mij is dit, binnen organisaties, de belangrijkste ontwikkeling voor de komende jaren. We proberen te veel op een rationele manier tot vernieuwing te komen, terwijl we van nature gemaakt zijn om dit op een spelende manier te doen.
Kinderen zijn in staat om spelenderwijs het leven te ontdekken. Ze worden niet belemmerd door allerlei regels, procedures en systemen. Volwassenen zijn die frisheid onderweg ergens kwijtgeraakt. Maar daarmee is die nieuwsgierigheid en speelsheid nog niet spoorloos. Games helpen hierbij.
In een game ontstaat ruimte voor nieuwe manieren van werken, omdat het fundamenteel anders is dan onze huidige manier van werken. Werken en spelen gaan prima samen. Sterker nog: ze moeten samen!
Er kunnen tal van verschillende soorten games worden gebruikt:
- Spellen die de dialoog stimuleren, zoals mijn eigen KoersKaart of kaartspellen
- Het toevoegen van spelelementen aan de business (gamification) van bijvoorbeeld bedrijfsprocessen of websites
- Spelsimulaties
- Management games
- Digitale (of online) games
Hoewel deze games al jaren, zo niet decennia, bestaan, is de tijd nu pas rijp om er serieus mee aan de slag te gaan. Tot voor kort werd het afgedaan met de leus “Ik ga toch geen spelletje spelen?”
Als je daar nog steeds zo over nadenkt, wil ik je aanraden het volgende filmpje te kijken: if books came after games.
Zorgt bevolkingsgroei voor economische groei?
Zojuist las ik het artikel ‘Over 1000 jaar zijn er geen Japanners meer’. Het bracht me aan het denken. Voor Italië geldt hetzelfde, er worden te weinig kinderen geboren om de bevolking aan te vullen. En in ons land balanceren we op het randje.
Economisch welvarende landen staan bekend om hun lage geboortecijfer (m.u.v. de V.S.) en dit begint nu pas tot problemen te leiden. De grootste bevolkingsgroepen stappen uit het arbeidsproces. En tegelijkertijd merken we dat de economie hapert en blijft haperen.
En toen stelde ik mij de simpele vraag: Wordt economische groei gecorrigeerd voor bevolkingstoe- of afname? Zo ja, dan heb ik een domme vraag gesteld. Zo nee, dan is dat mijns inziens een belangrijke reden voor de economische teruggang in landen als Nederland, Italië en Japan. In Japan is het al veel langer een probleem en het land zit al twee decennia in een soort continue recessie.
De landen die wél hard groeien hebben te maken met een spectaculaire bevolkingstoename. Denk maar eens aan India en de meeste Afrikaanse landen. Ook China heeft nog altijd een behoorlijke bevolkingstoename, ondanks de eenkind-politiek. Er is volgens mij een causaal verband tussen aantal mensen en economische groei.
Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we mensen moeten aanmoedigen om meer kinderen te krijgen, maar wel om onze ideeën over economische groei te veranderen. Moeten we meer denken in productiviteitsgroei? Of groei in koopkracht? Ik weet het niet, maar het is wel interessant!
Wat is het verandertempo van jouw medewerkers?
Verandering, verandering, verandering. Soms verandert er zo veel dat het eigenlijk niet meer bij te houden is. En dat is ook precies wat er vaak gebeurt bij veranderingen. Er wordt veel nagedacht over de inhoud van de verandering, maar minder met het verandertempo.
Het verandertempo is iets wat in het individu schuilt. Daarbij kan elk individu zich de volgende vragen stellen:
In hoeverre kan ik de verandering aan, op basis van:
- Mijn talenten?
Welke veranderingen kan ik daadwerkelijk aan? - Mijn ambitie en toekomstbeeld?
Welke veranderingen ben ik bereid te accepteren binnen of buiten mijn ambitie? - Het heden en verleden?
Welke veranderingen heb ik al meegemaakt en welke maak ik op dit moment mee? En wat zijn de intensiteit en impact van deze veranderingen geweest?
Al deze elementen bepalen in hoeverre een persoon in staat is met de verandering mee te bewegen. En dit verschilt uiteraard per individu. Vaak heeft het weinig te maken met onwelwillendheid, maar meer met onkunde. Geen onkunde qua talent, maar vooral qua timing.
Dit betekent niet dat het per definitie hopeloos is. Met een klein beetje kennis en begrip kom je over het algemeen al een heel eind.
- Zorg er dus voor dat je kennis hebt van de bovenstaande punten van elke medewerker, of zorg dat ze die kennis van elkaar hebben.
- En zorg er voor dat er begrip ontstaat voor de individuele situatie. Dit hoef je niet allemaal zelf te doen. Door de medewerkers met elkaar in gesprek te laten gaan, kunnen ze met elkaar hun situatie delen en bepalen wat de verandering voor elk van hun betekent.
Het belangrijkste om te beseffen is dat elk individu zijn eigen pad heeft gekozen en het niet onmogelijk is om elk individu zijn eigen pad te laten kiezen. Uiteraard wel binnen de kaders die je als veranderaar schetst: daarbinnen mogen ze zelf bepalen hoe ze het gaan invullen. Breng de mensen met elkaar in gesprek en je bent tien stappen minder ver van huis.
We take care of our own
De eerste keer dat ik de nieuwe single van Bruce Springsteen hoorde, vond ik het eigenlijk niks. Oude brompot, meer van hetzelfde, beetje jammer. Toen hoorde ik het liedje nog een keer, en nog een keer. Hij is helemaal niet zo cynisch, hij is ernstig realistisch. En het gaat weer diep, zoals alleen The Boss dit kan brengen.
Op zijn nieuwe album Wrecking Ball gaat hij in op de consequenties van de crisis voor de mensen om hem heen (niet dat ze het met zijn fortuin heel slecht zullen hebben). Mensen raken banen kwijt, hun huizen zijn niks meer waard, grote schulden. Gevolg? We take care of our own. Als niemand anders het doet, moet je wel.
En dit geldt eigenlijk voor steeds meer mensen. We zijn vleugellam geworden. Politici denken alleen nog maar in zetelaantallen. Aandeelhouders alleen nog maar in directe duiten en raden van bestuur denken alleen nog maar aan politici en aandeelhouders. Staan we er echt alleen voor of komen we er nu pas achter?
Ik ga er van uit dat dit soort taferelen tijdelijk zijn, er komt vanzelf een tegenbeweging. Of zal die tegenbeweging het ook alleen voor zichzelf doen?
Marktwerking: perverse uitwassen of gebrek aan transparantie?
Ik ga nu proberen een gedacht in jouw hoofd te plaatsen: let in het nieuws eens op het woord “toezicht” in combinatie met “verscherpen”.
We horen het de afgelopen weken veel in verband met Vestia, KPN, HBO’s en nog altijd in verband met de banken. Vaak wordt direct gewezen naar de hoge bazen, met hun hoge hoeden en dikke buiken. Iets te makkelijk, wat mij betreft.
Er is namelijk in de basis iets mis met de manier waarop zij zaken (mogen) doen. De afgelopen decennia is erg veel moeite gedaan om bedrijven als deze op eigen benen te laten staan, om ze financieel onafhankelijk(er) te maken. Er is marktwerking op los gelaten. Op zich niks mis mee.
Marktwerking is echter niet de boosdoener, of kapitalisme in het algemeen. Het is de verkeerde uitvoering van het kapitalisme.
Adam Smith is de grondlegger van het kapitalisme, en hij stelt dat volledige vrijheid leidt tot volledige gelijkheid. Hiervoor zijn drie voorwaarden van belang:
- Voldoende concurrentie
- Volledige transparantie
- Stimulering van innovatie
Als je dit lijstje ziet, krijg je wellicht al door waar het echt mis gaat. De probleemmarkten van nu hebben onvoldoende concurrentie. Het gaat niet om monopolies, maar wel om oligopolies. Sterker nog, het blijkt in sommige gevallen zelfs dat ze de markt kunnen verdelen en prijsafspraken kunnen maken. Of ze hebben een regionale monopolie (zoals de kabelmaatschappijen of de treinmaatschappijen).
Omdat deze afspraken niet echt kunnen worden afgestraft door de consument (er is nu eenmaal geen alternatief), zijn ze in staat om transparantie te vermijden. En je kunt het ze niet eens kwalijk nemen. Geen enkel bedrijf wil uit zichzelf transparant zijn, daartoe moet ze worden gedwongen. En omdat ze de markt zelf in handen hebben, hoeven ze ook minder hard te innoveren, maar dat is het minst grote probleem.
Bij de overheid weet men dat de concurrentie in deze lastige sectoren nauwelijks van onderaf gestimuleerd kan worden, dat zou immers ook oneigenlijk zijn. Daarom probeert men de transparantie te vergroten, door druk van buitenaf. Juist, door extra toezicht. En vervolgens moet ook gegarandeerd kunnen worden dat het toezicht integer genoeg is, dus komt dit bij een (semi) publieke instelling terecht. En zo zijn we weer terug bij af. We hebben het alleen anders georganiseerd.
Wat mij betreft moeten we de kleine bedrijven de kans gunnen om echte concurrent te worden. Dat is in sommige sectoren echter bijna onmogelijk. Als telecomaanbieder moet je nu eenmaal de infrastructuur aanleggen. Als woningcorporatie moet je nu eenmaal woningen hebben. En dat kost kapitalen. Laten we daarom de toegangsdrempel proberen te verlagen. Dan hebben we al dat toezicht eigenlijk niet meer nodig.

